Aanwezig: Henk Bemer (RU Limburg); Ger Corstjens (SB Maastricht); John Engels (TU Eindhoven); Leida C. Engels (RU Groningen); Yvonne Exterkate (UB Twente); Femke Fölting (CCP); Dien Giltjes (LU Wageningen); Anneke Houtkamp (VU Amsterdam); Anneke Klerks (RU Leiden); Jan Lahmeyer (Univ. Utrecht); Adriaan Lemmen (KB/ISSN-Centrum); Alois van Leusden (CBS); Marcel Ottenbros (KNAW); Ger Ruigrok (KB/ISSN-Centrum); Marijke Stok (CTC); Cherry Taylor (KU Brabant); Annemiek van Tuyl (TU Delft); Marjan v.d. Vos-v.d. Woude (EU Rotterdam) en Ria Winters (Univ. v. Amsterdam).
Afwezig met kennisgeving: Geesje Dam (PB Friesland)
en Ger Tummers (KU Nijmegen).
Als technisch voorzitter opent Ger Ruigrok om
10:36 uur de bijeenkomst.
Behoudens de telkens foutief gekopieerde kop
bij punt 5.B zijn er geen wijzigingen in de voorgestelde agenda.
3. B. Naar
aanleiding van:
1) Anneke Houtkamp: op pag. 2, punt 3.B.3 de
regels over acroniemen in tijdschrifttitels doen uitspraken over
kleine of grote titelwijzigingen. De aangepaste regels geven hieromtrent
uitsluitsel.
2) Discussie tussen o.a. Alois van Leusden en Leida Engels: waar ligt de de grens tussen kale generieke term en verantwoordelijkheidsvermelding versus de grammaticale verbondheid, en waar houd de generieke term op? Wat is een titelvariant en wanneer kan je denken aan een titelbreuk? Zoveel hoofden, zoveel zinnen, het is een kwestie van smaak die tevens gevoed wordt door de beperkingen van het systeem waarmee men werkt.
Enkele voorbeelden die verschillen van inzicht
laten zien:
"Jaarverslag over het jaar ... / Instantie",
"Jaarverslag over de periode ... / Instantie", Jaarverslag
uitgebracht aan de algemene vergadering van aandeelhouders ...
/ Instantie". Als hier sprake is van een publikatie van dezelfde
instantie zijn dit dan titelvarianten (m.a.w. "kleine wijzigingen",
in EEN titelbeschrijving, de varianten dan wel vindbaar maken
en houden via titelverdubbelingen) of juist titelbreuken ("grote
wijzigingen", MEER beschrijvingen)? Er zijn mensen die vinden
dat alle tussenvoegsels tussen "jaarverslag", "verslag"
en de naam van de instantie er eigenlijk niet toe doen en derhalve
met "..." weggelaten zouden kunnen worden, maar zover
gaan de huidige internationale regels zeker niet.
Een verandering van de generieke term van "Jaarverslag
..." in "Verslag ..." (ook al blijft de instantie
van naam gelijk) is voor de meeste aanwezigen wel reden tot een
titelbreuk, want het "hoofdwoord" is anders (is dit
niet een wat archaïsche term uit het tijdperk van de kaartjescatalogi?
Luistert dat dan nog zo nauw bij geautomatiseerde bestanden?).
Alhoewel ... als zo'n "variant" maar éénmaal
voorkomt, is een titelbreuk dan wel zo gebruikersvriendelijk te
noemen? Maar wat te doen als de wijziging voor het eerst geconstateerd
wordt bij een nieuwe ontvangst? Direct tot een titelbreuk overgaan
(die men soms later weer wil intrekken), of afwachten of de wijziging
inderdaad beklijft? Hoe hou je zoiets bij? Wat neem je als uitgangspunt:
de eerste publikatie ook al heeft die titel het maar één
keer zo uitgehouden? In de aanpassing van RT2 dient op basis van
de regels van de acroniemen ook deze kwestie precieser omschreven
te worden, zo mogelijk met duidelijke voorbeelden.
Reden tot titelbreuken ("grote wijzingingen")
zijn wel "belangrijke" veranderingen in de naam van
de instantie (bijv. niet het toevoegen of weglaten van "NV",
"vzw", GmbH" o.i.d.).
3) N.a.v. punt 3.B.5 op pag. 2: bevat een CD-ROM verschillende seriële publikaties dan worden die in het algemeen gelijk aan artikelen van gedrukte seriële publikaties gesteld. Maar volgens Anneke Houtkamp wordt er weinig aandacht besteed aan het beschrijven van die verschillende titels van seriële publikaties op CD-ROM. Alois van Leusden denkt aan een gelijksoortig fenomeen: dektitel van bijv. omnibussen: daar gebruikt men een annotatie als: "Bevat: ..." met titelverdubbelingen van de opgenomen titels, maar ook afzonderlijke beschrijvingen van een beperkt aantal van die onderdelen (gelijk aan het niveau van een artikel) blijft mogelijk. Of een keuze uit die onderdelen van hetgeen voor de collectie van belang is. Toch komt men hier vaak aan de grenzen van het systeem: hoeveel titelverdubbelingen of hoeveel relaties van de onderdelen naar het hoofdwerk zijn er mogelijk? Het blijft een beslissing van de lokale bibliotheek.
Hoe weet je wat er op een CD-ROM staat? Via onderwerpsgericht zoeken, de afdeling binnen de bibliotheek die zich met informatie naar het publiek bezig houdt moet dat ook weten.
Hoe hou je de collectie sluitend als er ná (of naast) een papieren uitgave één in elektronische vorm (zoals CD-ROM) verschijnt, vraagt Leida Engels zich af. Dan toch dat onderdeel beschrijven? KNAW probeert wèl die beschrijvingen bij te houden via de informatie van de leverancier, maar bij hun ontbreekt de tijd en de personele kracht om echt te ontsluiten. Kan die ontsluiting dan niet centraal geregeld worden was het idee van Jacques Spaapen van de VU. Dat wordt als algemene regel moeilijk want regelgeving kijkt niet naar de werklast maar de regels geven altijd aan: "ALS je het doet, doe het dan zó".
Adriaan Lemmen vraagt zich af wat het verschil
is tussen een onderdeelbeschrijving of een volwaardige beschrijving.
Of is er geen verschil? De link tussen de afzonderlijke seriële
publikatie en de CD-ROM beschrijving is essentieel.
4) N.a.v. punt 7/6/C1 (pag. 3) heeft Leida Engels
over losbladige werken contact gehad met Peter van Otegem van
de KB. Hij kon zich wel vinden in de regelgeving. Er bestaat wel
een voorbereidend stuk van Pica aan HCC maar er is nog niets verstuurd.
De inventarisatie van de dagelijkse praktijk met betrekking tot
titelwijzigingen in losbladige werken blijft een GGC-actiepunt.
5) Pag. 5: punt 5.A.2: de term "of hoger"
zal door Adriaan Lemmen worden aangepast; punt 5.A.3: moet nog
nader worden uitgewerkt; punt 5.A.4: vaste kenmerkcode en subveld
voor een of meerdere URL's in het concept format van het GGC.
1. Brief van Leo Derksen over het zijns inziens
te drastisch kappen en hakken van beschrijvingen wat de gebruiker
niet altijd ten goede komt. Alois van Leusden ziet dit binnen
de WESP als een gepasseerd station, als je de ideeën van
Leo doortrekt laat je de FOBID-regels los, je gaat terug naar
het vóór ISBD-tijdperk. Vanuit de gebruikers-optiek
acht hij zijn mening verdedigbaar. Toch zullen we moeten proberen
op één lijn te komen ondanks lokale opvattingen
of huisregels. Vanuit het management zou je echter wel naar historische
praktijken kunnen worden teruggefloten oppert Marcel Ottenbros.
Adriaan Lemmen geeft een overzicht van de stand van zaken tot op dit moment. Vanuit de KB is op 15 maart 1995 gereageerd op het stuk van 8 febr. 1995 over algemene en specifieke materiaalaanduidng. Op 31 maart 1995 is het definitieve stuk "Computerbestanden : aspecten van het beschrijven van seriële elektronische publikaties" inclusief enkele vragen verzonden aan HCC.
Op 5 april 1995 is de HCC bijeen geweest, meldt Alois van Leusden, het stuk is daar toen inhoudelijk niet besproken. Bij de Library of Congress is ook een groep ermee bezig. Binnen HCC komt een subgroep bijeen.
In Istanbul is aug./sept. 1995 een IFLA congres: afwachten wat voor stukken daar vandaan komen met betrekking tot elektronische documenten en online resources. Anneke Houtkamp meldt het bestaan van een groep Surfnet/KB/Pica, resultaten daarvan zullen ook door HCC worden afgewacht.
Ook met betrekking tot het Info-services project
is de discussie nog in volle gang meldt Adriaan Lemmen. Begin
juli 1995 wordt een format verspreid. Grote vraag is wat gebeurt
er met de holding? Bij de KB wil men een aparte kenmerkcode of
algemene annotatie om aan te geven vanaf wanneer een on-line elektronische
seriële publikatie beschikbaar is. Pica/GGC wil daar het
nummeringsveld voor gebruiken, maar bij de KB is men daar op tegen
want op lokaal niveau kan men oudere gedeelten wèl bewaard
hebben. Het nummeringsveld mag volgens de KB niet verward worden
met lokale bezitsopgave.
Inhoudelijke toelichting door Adriaan Lemmen. Zijn er nog reacties naar aanleiding van de gewijzigde versie? Contact met GGC-vertegenwoordiger omtrent wensen met betrekking tot het format: dat moet "open" blijven voor nieuwe ontwikkelingen en aanpassingen als gevolg van de komende internationale afspraken. O.a. over de kwestie wat tot algemene en specifieke materiaalaanduiding behoort. Wim Vogel van Info-Services houdt de discussielijsten bij en sluist informatie door. HCC houdt contact met die werkgroep. Wim Vogel wil ook graag op de hoogte blijven van nieuwe elektronische tijdschriften die in Nederland worden uitgegeven.
Als men iets tegenkomt over aspecten en nieuwe ontwikkelingen doorbellen of faxen naar Adriaan Lemmen. Ook wil hij weten hoe men on-line publikaties beschrijft.
Cherry Taylor meldt dat de KUBrabant voorlopig
het Pica-format gebruikt met een linking relatie vanuit de kenmerkcode
die de titel van de gedrukte publikatie overhaalt. Koppeling on-line
via "rel" werkt wel maar levert bij uitvoer problemen
op. Bij gedrukte publikatie een URL toevoegen? Door de meesten
wordt nog geen on-line beschrijving gemaakt.
Pag. 6, punt 2: Onderdeelbeschrijving is het beschrijven van de afzonderlijke titels. Op het niveau van een inhoudsopgave van files zou Alois van Leusden geen beschrijving van die files maken. Wat zijn de bestandsnamen voor de titel als interne bron (RT12): leesmij/readme file. Titel is vaak zeer kort, moet de rest erbij gezocht (gesleept) worden? Gegevens ontleend aan een extern label in annotatie verantwoorden: "Titel ontleend aan label". (Zonder installatie).
Anneke Houtkamp ziet een verschil tussen een
onderdeelbeschrijving van een seriële publikatie op een CD-ROM
en een monografisch artikel op CD-ROM. Zij opteert voor een volledige
beschrijving van de seriële publikaties op CD-ROM. Leida
Engels voelt meer voor de "bevat" annotatie: de publikatie
is ondergeschikt aan de CD-ROM, vindbaar maken via relatie-indexering.
Uitgaven op papier èn CD-ROM tegelijk zijn aparte eenheden, als de uitgever om ISSN's vraagt zullen die ook voor elk medium apart worden verstrekt. Hetzelfde tijdschrift op verschillende dragers: evenzovele ISSN's. Meer tijdschriften op één CD-ROM, dan ook meer ISSN's. Uitgevers zijn zeer happig op ISSN: het wordt als code gebruikt (ook voor rechten i.v.m. kopiëren). Commerciële bureau's kopen de rechten voor de elektronische versie. Bij een eerste uitgave kom je vaak in de problemen omdat de regels RT2 en RT12 onvoldoende actueel zijn. Annotaties in de overgangsfase van gedrukte versie naar CD-ROM. Alles in één beschrijving is echter onjuist.
Commerciële bureau's geven tijdschriften
op CD-ROM uit, zij sluiten contracten (vaak als "joint venture")
met uitgevers, als het niet genoeg oplevert dat wordt dat gestopt.
Als de elektronische publikatie wel succes heeft dan kunnen uitgevers
die ook zelf gaan uitgeven. Voorbeeld: "Francis" en
"Pascal", de referaattijdschriften van CNRS zijn op
papier gestaakt, nu elektronisch gepubliceerd. De commerciële
bureau's hebben geen invloed op eventuele titelwijzigingen van
de publikaties op een CD-ROM.
Een groots eindrapport zit er niet in deelt de commissie mee, de opvattingen en oplossingen zijn per bibliotheek te divers van aard, die verschillen zijn deels door historische praktijk of door het automatiseringssysteem bepaald.
Anneke Houtkamp vindt de hantering van de begrippen
"congresnaam" en "congrestitel" verwarrend.
Leida Engels ziet ook in GGC bij seriële beschrijvingen congresnamen
opduiken, een congresthesaurus is ook al geïmplementeerd,
de regelgeving hoe in te vullen is een Pica-richtlijnenkwestie.
Alois van Leusden geeft aan dat de HCC in grote
lijnen accoord gaat met de gedane voorstellen, de FOBID-regels
zullen op de betreffende gedeelten worden aangepast. Op het punt
van edities en secties wijkt Nederland op praktische gronden dan
wel af van de internationale IFLA-regels. De HCC kan echter een
stuk indienen om ook in ISBD(S) "edition" tot "sectie"
te verheffen.
Aan de hand van voorbeelden bij het stuk van Engels/Houtkamp komt men tot de conclusie dat er een wrijving bestaat tussen de behandeling van fotomechanische herdrukken van tijdschriften. Zijn zij dan nog steeds tijdschrift (FOBID-regels)? Of is een latere uitgave in één keer als monografie te beschouwen? Wat te doen als een gedeelte van het bezit als herdruk aanwezig is?
Meer voorbeelden worden graag ingewacht, met
name voor tijdschriften inclusief titelwijzigingen of supplementen
binnen de herdruk-uitgave.
B. Generieke term in par. 17: meer (betere?)
voorbeelden en een andere formulering "wordt gevolgd door
veld verantwoordelijke auteur".
C-D. Veld voor de nummering, impressum, par. 77, 80, 86: eerst (of laatst) uitgegeven aflevering/deel is niet altijd de laagste (c.q. hoogste) in de nummersequentie. Voorstel van Anneke Houtkamp om bij de paragraaf veld voor de nummering zinsnede te wijzigen in: "De gegevens voor het veld worden ontleend aan de eerste en laatste aflevering van de nummersequentie". In par. 80 dan ook: "eerste en laatste in de nummersequentie". In par. 86: "in de tijd eerste en laatst verschenen afleveringen".
7.1. Leida Engels meldt het verschijnen van een
interne publikatie van UB Groningen omtrent hun werkprocedure
bij het opslag-/uitleensysteem (inclusief een koppeling met een
code in het GGC), met name van belang voor de melding van incompleet
bezit en onregelmatige verschijningsfrequentie. Belangstellenden
kunnen een exemplaar bij haar aanvragen.
7.2. Tevens meldt Leida dat zij door verandering
van betrekking van haar relatie op termijn een baan in Den Haag
zoekt.
De 13e bijeenkomst zal plaatsvinden op woensdag
27 september 1995 in de Bibliotheek van de Universiteit
Utrecht, aanvang 10:30 uur.
Om 15:35 sluit Ger Ruigrok als technisch voorzitter
de bijeenkomst.
1) Lijst deelnemers WESP. Indien bekend zijn
nu ook fax-nummers en e-mail adressen opgenomen. De per 10 oktober
1995 te wijzigen telefoonnummers kunnen tijdens de volgende bijeenkomst
middels de presentielijst worden doorgegeven.
Naar het verslag van de voorafgaande bijeenkomst
Naar het verslag van de volgende bijeenkomst
Terug naar de vorige pagina: Archief
Terug naar de welkomstpagina van de WESP