|
Informatie Professional
8 (2004) nr. 2 (februari) blz. 15 |
PLoP, PLoM of PLoSterug |
COLUMN |
Eric Sieverts |
||
|
Auteursrecht blijkt weerbarstige materie, zeker in ons digitale tijdperk. En juristen zien altijd kans zulke problematiek nog weer ingewikkelder te maken dan het toch al is. Dat blijkt wel uit de discussie die de uitspraak van de Hoge Raad over KaZaA afgelopen december opriep. Gelukkig ben ik geen jurist, zodat ik ongestraft simplistische ideeën over dit soort onderwerpen kan ventileren. Aan de inhoud van deze column vallen door de lezer dan ook geen rechten te ontlenen. In het kader van wetenschappelijke informatievoorziening brak Leo Waaijers onlangs in Informatie Professional (7/8-2003) al een lans voor nieuwe methoden van publiceren. Daarbij blijft het auteursrecht in elk geval bij de auteur berusten en fungeren diens artikelen niet langer uitsluitend als melkkoe voor de grote uitgevers. Door uitgevers opgelegde beperkingen op verspreiding van wetenschappelijke informatie hebben ook maar weinig met het feitelijke auteursrecht te maken. Dergelijke nieuwe modellen voor wetenschappelijk publiceren via Open Access tijdschriften maken de hele cyclus van de wetenschappelijke informatievoorziening goedkoper en zorgen tegelijk dat die informatie vrijelijk toegankelijk komt. Dat spoort prima met de al eerder vanuit de wetenschap zelf geformuleerde wens om te komen tot een PLoS, een Public Library of Science, waarin auteurs hun eigen publicaties vrijelijk beschikbaar stellen. Je zou kunnen denken dat Digital Rights Management, een infrastructuur en software voor beheer van de rechten op digitaal beschikbare informatie, op dit terrein ook uitkomst zou kunnen bieden. In een waarschuwend stuk in NRC-Handelsblad, eind november, maakte Nol Verhagen (UB Amsterdam) zijn lezers echter snel duidelijk dat niets minder waar is. Alle uitzonderingsrechten die bibliotheken voor niet-digitale informatie van oudsher zijn toegestaan, kunnen door DRM en bijbehorende wetgeving wel heel makkelijk ongedaan gemaakt worden. En dat geldt dan voor alle soorten informatie waarmee bibliotheken te maken hebben. Die andere informatie en media vormen mijn bruggetje naar de KaZaA-zaak, waarin de Hoge Raad uitsprak dat KaZaA zelf niet verantwoordelijk is voor het feit dat die software (ook) gebruikt wordt om er illegaal muziek mee uit te wisselen. Christiaan Alberdingk Thijm, onder meer advocaat van KaZaA, riep triomfantelijk dat dit "misschien wel de belangrijkste uitspraak op het gebied van internetrecht" was. |
Dat professor Bernt Hugenholtz daarop reageerde met de bewering dat de voor KaZaA gunstige uitspraak alleen maar een gevolg was van knullig procederen door tegenstander Buma/Stemra vond ik niet zo interessant. Voor mij blijft dat "illegaal uitwisselen" namelijk het moeilijke punt. Ik zie nooit zo'n principieel verschil tussen het op cassette opnemen van een muzieknummer dat via de radio werd uitgezonden en het voor eigen gebruik downloaden van datzelfde nummer, ergens van internet. Anderzijds ben ik ook wel weer zo genuanceerd dat ik onmiddellijk wil erkennen dat artiesten ook voor hun arbeid betaald moeten worden. Tot dusverre had ik ook altijd gedacht dat de problematiek van auteursrecht in de muziekwereld heel anders lag dan bij wetenschappelijk publiceren. Dat auteursrecht op platen en cd's zorgde dat artiesten hun terechte inkomsten kregen. De januari M-bijlage van NRC leerde me echter dat zoiets alleen maar het geval is als je Mick Jagger, Michael Jackson of Madonna heet. Onbekendere artiesten blijken meestal bitter weinig aan hun platencontracten over te houden en meestal helemaal niet meer ontvangen als de verkoop verdubbelt. Zogenaamd uit naam van de artiesten doen platenmaatschappijen dus vooral zielig ten behoeve van de eigen winst. Vandaar ook dat artiesten zelf hun muziek op internet beschikbaar beginnen te stellen, buiten die platenmaatschappijen om. Deels gratis te downloaden, deels tegen betaling en vaak ook om rechtstreekse verkoop van hun CD's te promoten, maar dan in elk geval wel direct ten bate van hun eigen portemonnee. Ondanks bepaalde verschillen met de PLoS, ontstaat er zo dus ook een soort van PLoM, een Public Library of Music. En wat is dan de PLoP uit mijn titel? Acronymfinder.com geeft vier mogelijke betekenissen, maar geen daarvan is waar ik aan dacht. Een Public Library of Pleasure lijkt me niet zo'n goed idee, want internet biedt al meer dan genoeg pleasure, vooral voor een bepaald soort manlijke internetgebruikers. Plaatjeszoekmachines zorgen echter wel al heel lang voor een Public Library of Pictures. Dat we in geval van hergebruik van plaatjes ook wel degelijk met auteursrechten te maken hebben, laat onverlet dat eindeloze hoeveelheden plaatjes gratis te vinden zijn, én te bekijken zonder kans op juridische complicaties. Dat is door juristen gelukkig nog niet ingewikkelder gemaakt dan het was. |
|
|
|
|||
| © |
Informatie Professional (Otto Cramwinckel Uitgever, Amsterdam)
en Eric Sieverts
Voor een abonnement op Informatie Professional:
|
||