Informatie Professional
terug

Digitaal Erfgoed Conferentie 2007:
alle erfgoed digitaal! Of juist niet?

12 (2008) nr. 2 (februari) blz. 12-13




Eric Sieverts

Digitalisering is voor erfgoedinstellingen essentieel om nieuwe diensten te ontwikkelen en een breder publiek te vinden. Dat bleek tijdens de Digitaal Erfgoed Conferentie op 12 en 13 december j.l. [presentaties], georganiseerd door Digitaal Erfgoed Nederland. Maar welk deel van een erfgoedcollectie komt voor digitalisering in aanmerking? De visies hierop die keynotesprekers Jim Michalko en Nick Poole in De Doelen in Rotterdam presenteerden, bleken behoorlijk uiteen te lopen. Wordt het alles of alleen dat wat de moeite waard is?

Dat digitalisering van erfgoed sterk in de belangstelling staat, blijkt niet alleen uit het groeiend aantal deelnemers aan de Digitaal Erfgoed Conferentie (350), maar ook uit de durf van tien nationale erfgoed­instellingen. Verenigd in een consortium klopten ze bij het ministerie van OCW aan met een projectplan, waarin € 180 miljoen voor digitalisering wordt gevraagd, te besteden over een periode van zes jaar.

Dit projectplan "Nederlands Erfgoed: Digitaal! werd op de tweede congresdag officieel overhandigd " aan Directeur Generaal Cultuur & Media, Judith van Kranendonk. Omdat minister Plasterk zelf verhinderd was, sprak hij het congres per video toe. Voor deze sector lijkt een dergelijk totaalbedrag vrij opmerkelijk. Bij de aanbieding van het plan wist consortiumvoorzitter Theo Camps het echter aardig in perspectief te plaatsen, door voor te rekenen dat per jaar nog altijd minder wordt gevraagd dan wat aanleg van 500 meter HSL kost.


Op de conferentie werd onder meer aandacht besteed aan diverse CATCH-projecten. Een aantal van die projecten zal in dit blad in de juist gestarte CATCH-serie, al tamelijk uitgebreid worden belicht. Onderwerpen van sommige andere lezingen kwamen al eerder in IP aan de orde. Daarom hier vooral aandacht voor de beide keynotes - elke congresdag begon er met één.


Keynote Jim Michalko

Als eerste spreker, benadrukte Jim Michalko dat internet steeds meer convergentie doet ontstaan tussen bibliotheken, musea en archieven. Zelf is hij afkomstig uit de (Amerikaanse) bibliotheekwereld; zijn Research Library Group is kortgeleden samengegaan met OCLC. Michalko's belangrijkste stellingen luidden:

  • digitalisering ontsluit collecties en behoort dus evenzeer tot de missie van erfgoedinstellingen als collectioneren,
  • digitalisering is geen project (meer), maar een reguliere activiteit, die instellingen via herverdeling van middelen ook als zodanig moeten begroten,
  • digitalisering biedt voor instellingen meer toegevoegde waarde en heeft meer impact dan veel andere activiteiten,
  • afwachten is geen strategie.

Vanuit een situatie waarin gebruikers hun werkprocessen afstemden op de schaarse diensten en bronnen die instellingen boden, zijn we gekomen in een situatie waarin instellingen hun diensten op de werkprocessen van hun gebruikers moeten afstemmen. Daarmee moeten ze namelijk concurreren om de steeds schaarser beschikbare aandacht van die gebruikers. Maar de manier waarop materiaal beschikbaar wordt gesteld, komt meestal nog niet overeen met de ontstane verwachting dat alles op internet te vinden is. Dat houdt het risico in dat materiaal dat (nog) niet gedigitaliseerd is, in de praktijk verloren is voor potentiële gebruikers. Gedigitaliseerd materiaal blijkt in Google bovendien hoger te ranken dan saaie metadata-records van dezelfde objecten.

Bij publiek-private samenwerking bij digitalisering, zoals Google dat doet bij het scannen van boeken, plaatste Michalko wel wat kanttekeningen:

  • het zijn niet werkelijk niet-exclusieve overeenkomsten,
  • het is voor de publieke instellingen niet echt gratis,
  • zij zijn niet echt vrij alle materiaal aan hun gebruikers ter beschikking te stellen,
  • er zit niet echt een tijdbeperking aan die overeenkomsten.
[zie: Peter B. Kaufman, Jeff Ubois / Good Terms - Improving Commercial-Noncommercial Partnerships for Mass Digitization, D-Lib Magazine 13 (11/12) ]

Kansen voor erfgoedinstellingen liggen volgens Michalko in hun speciale en unieke collecties. Grootschalige digitalisering daarvan moet in elk geval niet op de manier zoals dat tot nu toe meestal gebeurt. Selectie acht hij onnodig, want digitalisering is de enige rechtvaardiging om collecties waaraan tot nu toe geen aandacht is geschonken, nog langer in stand te houden. Accepteer zo nodig ook een lagere beeldresolutie of beperkt toekennen van metadata, als je zo een gewenste hogere verwerkingscapaciteit kunt realiseren. Later, met verbeterde en goedkopere technieken kun je het altijd nog een keer opnieuw doen. Daarbij kun je je dan beperken tot materiaal waarvan intussen is gebleken dat er belangstelling voor bestaat. Voor het toevoegen van metadata zijn bovendien gebruikers bij het proces te betrekken.

Voor Michalko heeft het inrichten van fraai vormgegeven websites ook geen hoge prioriteit. We moeten vooral zorgen dat materiaal gevonden, geoogst en opgenomen wordt door zoekmachines, OAI-harvesters en andere verzamelplaatsen van informatie. Op dergelijke sites vindt in eerste instantie het "ontdekken" door onze gebruikers plaats, niet op de lokale websites van onze instellingen.


Keynote Nick Poole

De tweede keynote spreker, Nick Poole, was afkomstig uit de museumwereld. Hij is directeur van de Engelse Museum Documentation Association. In zijn ogen zit achter massa-digitalisering vaak een onuitgesproken socialistisch idee dat iedereen "recht op toegang" heeft tot alle openbaar erfgoedbezit. Enkele vervelende waarheden worden daarbij wel eens over het hoofd gezien:

  • je zult nooit elk object in elke collectie kunnen documenteren,
  • er komt niet genoeg overheidsgeld om digitalisering van elk object te kunnen betalen,
  • er zijn maar weinig objecten waarvan de intrinsieke waarde een economische rechtvaardiging voor digitalisering is,
  • de totale waarde van zulke waardevolle objecten is niet genoeg om de "cost-of-ownership" op te brengen voor al die minder waardevolle.

Dit soort marktprincipes leidde in een aantal opzichten tot een wat ander beeld. De waardeketen van het digitaliseringproces luidt volgens Poole:
Digitalisering creëert bronnen, die gebruikt worden in projecten, die leiden tot producten, die gepresenteerd worden als diensten, die uiteindelijk waarde opleveren.
Een probleem is echter dat in de "zachte" economie waartoe het erfgoed behoort, die uiteindelijke waarde heel moeilijk objectief te becijferen is.

Daarbij signaleerde Poole ook een kwantitatieve discrepantie tussen aantallen belangstellenden en dat waarin zij geïnteresseerd zijn. Het grote publiek (veel mensen) is geïnteresseerd in slechts een beperkt aantal uitgebreid gedocumenteerde objecten. Daartegenover staat een beperkt aantal specialistische onderzoekers, dat potentieel belangstelling heeft voor de grote meerderheid van vaak nog niet beschreven materiaal (veel objecten). Er is dus veel geld nodig om aan de wensen van een kleine doelgroep tegemoet te komen. En zelfs als geld voor digitalisering beschikbaar gekomen is, heeft de erfgoedsector moeite om de daarvoor noodzakelijke infrastructuur blijvend te financieren. Kennelijk acht Poole de "long tail" van het erfgoed, ook in de digitale wereld, helemaal niet zo makkelijk uit te baten.

De verschillende erfgoedsectoren mogen we overigens niet al te veel over één kam scheren. Er is nogal wat verschil in digitaliseringskosten tussen museumobjecten en boeken (waarbij Poole bij de Google-aanpak gelijksoortige bedenkingen had als Michalko). Ook stellen museumobjecten, boeken en manuscripten heel verschillende eisen aan de wijze van presenteren en de daarbij aan te bieden diensten.

Het alleen maar realiseren van toegankelijkheid, mag in de ogen van Poole niet de voornaamste reden voor digitalisering zijn. Het gaat hem juist om de waarde die dankzij de expertise van instellingen kan worden toegevoegd. Toegankelijkheid als zodanig ziet hij als passief en acht hij onvoldoende om een breed publiek te bereiken. Juist selectie en interpretatie vormen de toegevoegde waarde in een marktgerichte benadering. Er is dus een overgang nodig van universele toegankelijkheid naar waardevolle diensten die ook duurzaam aangeboden kunnen blijven worden. Daarbij moet volgens Poole marktwerking optreden in de "supply-chain". Te denken valt onder meer aan kostenreductie door vereenvoudiging en aggregatie van diensten, zodat met minder toegangspunten kan worden volstaan, en aan introductie van betaalde diensten volgens e-Commerce principes.

Terugkijkend op deze twee keynotes vielen nogal wat tegenstellingen tussen beide sprekers op, zoals:

Michalko:
doe gewoon alles, desnoods maar niet zo goed: "quantity wins from quality".
Poole:
beperk je tot wat de moeite waard is, of tot digitisation-on-demand, want "cost-of-ownership" van alles is niet op te brengen.
Michalko:
toegang genereert vanzelf belangstelling en gebruik; "discovery happens elsewhere".
Poole:
toegang tot materiaal leidt niet automatisch tot "waarde".
Michalko:
digitalisering leidt tot convergentie tussen bibliotheken, musea en archieven.
Poole:
museumobjecten, boeken en manuscripten zijn heel verschillende dingen, die heel verschillende eisen stellen.

Ook als deze verschillen hier misschien wat zijn aangedikt, lijkt een verdere discussie daarover zeker de moeite waard.

 




© Informatie Professional (Otto Cramwinckel Uitgever, Amsterdam) en Eric Sieverts

Voor een abonnement op Informatie Professional:
bel: 020 - 627 6609

Zie ook IP Online