|
Informatie Professional
15 (2011) nr. 4 (april) blz. 13 |
Carr's gelijkterug |
|
|||||
|
Nicholas Carr heeft kennelijk toch gelijk. Zijn laatste boek, The Shallows, heb ik nog steeds niet gelezen, maar ik laat me intussen wel afleiden door alle berichtjes die ik via RSS en Twitter binnenkrijg. Ook door Carr's eigen weblog Rough Type. Maar laat ik bij het begin beginnen. Zoals vorige maand aangekondigd, ben ik inderdaad naar Carr's lezing in Amsterdam geweest. Daar bleek wel enige nuance te zitten in het impliciet positieve antwoord op zijn suggestieve vraag van drie jaar geleden: "Is Google making us stupid?". In feite beargumenteerde hij nu dat niet Google ons dom maakt, maar SMS, E-mail, Twitter, Facebook en smartphones. Die zorgen voor een voortdurende stroom aan afleiding. Zo zijn smartphones van hulpje tot despoot geworden. De zo ontstane "interruptierijke omgeving" heeft ons doen wennen aan een voortdurend bombardement van informatie, dat ons afleidt van activiteiten die eigenlijk serieuze concentratie vergen. Neurowetenschappers hebben al lang aangetoond dat ook volwassen hersens nog zeer plooibaar zijn. Gewenning aan afleiding maakt dus dat onze hersens ook steeds meer afgeleid willen worden. Kunnen we daar nog van afkicken? Desgevraagd zei Carr dat alleen de elite zich nog kan veroorloven af te haken. Voortdurend online zijn is al zo mainstream dat de gewone man zich dat al niet meer kan permitteren - hoezo digital divide? En moeten we dat wel willen? |
Carr ziet ook wel pluspunten aan de nieuwe media. Naast het fantastische gemak om aan allerlei informatie te komen, verbetert ook onze visuele en ruimtelijke intelligentie. Maar weegt dat op tegen de minkant dat het ten koste gaat van ons analytisch, zorgvuldig, kritisch denkvermogen. Daarvoor is langer volgehouden concentratie nodig dan moderne media ons toestaan. Intussen kwam in Carr's weblog van 7 maart een ander aspect aan de orde: de informatie-overload. Uiteraard duikt Clay Shirky op, met zijn uitspraak van enkele jaren geleden: "information overload is filter failure". Carr onderscheidt echter twee soorten overload, situation overload en ambient overload. Die situation overload is het probleem dat met goede filters is op te lossen, dus de overload waar Shirky het over had. Maar dat probleem is volgens Carr opgelost. Daar hebben de eerder versmade Google's van deze wereld intussen voor gezorgd. Maar wat die niet hebben opgelost - en ook niet kunnen - is de ambient overload. Dat is de echte overvloed, de overdaad die overblijft nadat alles wat niet relevant is, al is weggefilterd. Er is echt teveel informatie. Zinnig, relevant, interessant, lezenswaardig. Ook als we ons niet laten afleiden door berichtjes op onze smartphones, blijft er geen tijd over om dat allemaal te lezen. Misschien moeten we wel concluderen dat dat de paradox is: juist doordat we steeds beter kunnen filteren, kunnen we die relevante informatie ook allemaal te zien krijgen. Die vormt zelf al de afleiding, inclusief Carr's eigen stukkies. |
||||
|
|
|||
| © |
Eric Sieverts en Informatie Professional (Otto Cramwinckel Uitgever, Amsterdam)
Voor een abonnement op Informatie Professional:
|
||